spacer  
spacer

Associatie Universiteit & Hogescholen Antwerpen vzw
Middelheimlaan 1
2020 Antwerpen
T 03-265 30 56
F 03-265 30 58
E info@auha.be
> meer


TAKEOFFANTWERP_
fuelling entrepreneurship


In English
> more


 Gata15 groen transparant.png 

Outputindicatoren voor onderzoek in de kunsten | situering van een lopend onderzoeksproject


De associatie particpeert in een Vlaams onderzoek door ECOOM over de outputindicatoren voor het onderzoek in de kunsten. Dit onderzoek gebeurt door Dr. Walter Ysebaert, VUB (R&D) - ECOOM
 
 
1. Situering van het onderzoeksproject
 
De academisering van het hoger onderwijs, een evolutie waarnaar dikwijls wordt gerefereerd met de term 'Bologna', heeft onder andere geleid tot een toenemende aandacht voor de problematiek van het 'onderzoek in de Kunsten' (in het HKO). Vragen die hierbij sinds enkele jaren op de voorgrond treden en tot diepgaande discussies hebben geleid, ook internationaal, betreffen het specifieke karakter van onderzoek in de Kunsten (zogenaamd 'artistiek onderzoek' versus 'wetenschappelijk onderzoek'), de invulling, functie en waarde van het Doctoraat in de Kunsten, de (on)mogelijkheid tot institutionele evaluatie, de relatie tussen de Vlaamse en internationale ontwikkelingen op dit vlak en dergelijke meer. In het huidig maatschappelijke debat omtrent de toekomst van het hoger onderwijs in Vlaanderen vormt het academiserend onderwijs in de Kunsten, gebaseerd op een evenwichtige relatie tussen onderwijs, onderzoek en dienstverlening, een belangrijk onderdeel van de discussie.
 
Zowat iedereen in het hoger kunstonderwijs is ondertussen overtuigd van het belang van het thema 'onderzoek', maar specifiek rond de invulling, en meer nog, met betrekking tot de interpretatie en evaluatie van de waarde van de zogenaamde output (de resultaten van het onderzoek), bestaan nog heel wat meningsverschillen. Om die redenen werd binnen ECOOM, het interuniversitair Experticecentrum voor O&O Monitoring,[1] een door de VUB geleid onderzoek gestart dat zich richt op deze problematiek. Immers, de eigenheid van het onderzoek in de Kunsten, de diversiteit van de betrokken disciplines én de verscheidenheid aan onderzoek en onderwijs ontwikkeld binnen een veelheid van Vlaamse en Brusselse onderwijsinstellingen, brengen met zich mee dat het klassieke model van evaluatie en meting, zoals dit momenteel geldt voor het academisch onderzoek binnen de Vlaamse context, niet zonder meer kan worden toegepast.
 
2. Inhoud - werkwijze - verloop
 
Specifiek beoogt het ECOOM-onderzoek een operationele definitie van onderzoek in de Kunsten te ontwikkelen en te bepalen welke vormen van zogenaamde artistieke output op een aantoonbare en meetbare manier deel uitmaken van de (individuele en institutionele) onderzoeksportfolio. Naast de aflijning van deze onderzoeksoutput en het bepalen van meetbare prestatiemaatstaven, zal tevens worden getracht een systeem van rangordes te ontwikkelen dat moet toelaten de output naar waarde te wegen, en dit voor de verschillende disciplines, al dan niet in combinatie met een peer evaluatieproces. Een andere thematiek tenslotte is deze van de digitalisering van de onderzoeksoutput, noodzakelijk wanneer een uniforme beoordeling dient te worden uitgevoerd.
 
Heel wat Vlaamse instellingen ontwikkelen momenteel reeds (rudimentaire) modellen die gericht zijn op het aanbrengen van een onderscheid tussen de verschillende vormen van onderzoeksoutput (in de Kunsten), al dan niet in combinatie met het aanbrengen van een 'wegingsfactor', doch de discrepantie tussen deze modellen is groot, wat een uniforme evaluatie onmogelijk maakt. De finale doelstelling van het ECOOM-project is precies te komen tot een éénvormig model dat wordt gedragen door de sector (cf. infra) en dat al dan niet kan fungeren als door de Vlaamse Overheid te implementeren voorbeeld. Hierbij mag worden benadrukt dat de eigenheid van het onderzoek in de Kunsten en de diversiteit van de disciplines centraal staan in de benadering en uitwerking van de problematiek.
 
Het onderzoek zelf verloopt in hoofdzaak via een consultatie van nationale en internationale literatuur en onderzoeks- en beleidsrapporten, een benchmark waarbij internationale meet- en financieringssystemen, gereputeerde instellingen en excellente onderzoekstradities op het vlak van onderzoek in de Kunsten in het vizier worden genomen, een consultatie van het werkveld en een analyse van door de Vlaamse instellingen zelf ontwikkelde en gehanteerde modellen en meetsystemen (geplaatst binnen de Vlaamse institutionele context). Bovendien werd in februari 2010 een zogenaamde Klankbordgroep opgericht - een panel bestaande uit afgevaardigden (specialisten) uit de vijf Associaties (cf. infra). Dit panel zorgt enerzijds voor een terugkoppeling van de onderzoeksproblematiek naar het veld en voor een goede doorstroming van de informatie en anderzijds voor het leveren van eventuele feedback aan de betrokken onderzoeker(s). Binnen de Klankbordgroep komen bovendien aspecten aan bod die niet rechtstreeks in de focus van het onderzoek liggen, maar die er wel zijdelings mee te maken hebben (zoals bijvoorbeeld de koppeling tussen personeelsstatuten enerzijds en onderzoeksoutput en -evaluatie anderzijds). De mogelijkheid bestaat dat deze discussies in de periode 2010-2013 leiden tot workshops die specifieke deelaspecten als thema zullen hebben.
 
3. Praktische informatie
 
Het onderzoek verloopt onder leiding van Walter Ysebaert, te contacteren via walter.ysebaert@vub.ac.be.
 
Ter informatie volgen hierbij ook de namen en contactgevens van de door de Associatie afgevaardigde leden van de Klankbordgroep:
 
Georges Goffin (auha) – georges.goffin@auha.be
Kevin Voets (Artesis | koninklijk Conservatorium) – kevin.voets@artesis.be
 



[1] Cf. voor meer informatie omtrent ECOOM: www.ecoom.be.