Zaterdag trok de Antwerp Pride Parade door de Scheldestad. Ook meer dan 120 studenten, alumni en medewerkers van de Antwerpse hogeronderwijsinstellingen namen deel, op een elektrische truck. Onder de vlag van United* zetten zij samen hun schouders onder een inclusieve hogeronderwijsgemeenschap.
Met het thema ‘Fearless’ zette Antwerp Pride vijf dagen lang in op zichtbaarheid, moed en verbondenheid. Het hoogtepunt van het evenement was de parade op zaterdag: een kleurrijke optocht die volledig in het teken stond van de diversiteit, inclusie en kracht van de LGBTQIA+-community.



Ook de Associatie Universiteit & Hogescholen Antwerpen (AUHA) trok mee door de straten. Vanop een elektrische DAF-truck lieten studenten, alumni en medewerkers hun stem horen. Niet alleen de truck zelf was duurzaam: ook de verlichting, geluidsinstallatie en andere technische voorzieningen werden volledig door batterijen aangedreven.



Geen eenmalige actie
De deelname aan Antwerp Pride stond uiteraard niet op zichzelf. De AUHA en haar partnerinstellingen zetten zich het hele jaar door in voor een inclusieve leer- en werkomgeving waarin iedereen zichzelf kan zijn.
“United* is dan ook geen campagne voor één dag”, zegt AUHA-voorzitter Herman Van Goethem. “Het is een breed engagement en een gedeelde ambitie die het hele jaar door zichtbaar wordt in projecten, evenementen en initiatieven binnen onze partnerinstellingen.”
Concrete acties
Zo maakte in de aanloop naar Pride de United-tafel* een tocht langs de verschillende AUHA-partnerinstellingen. De reis ging van start op het Antwerpse stadhuis en bracht het gesprek over inclusie en verbondenheid vervolgens naar de campussen. Van Goethem: “Studenten en medewerkers werden uitgenodigd om met elkaar in gesprek te gaan over inclusie en verbondenheid. Op die manier kregen we meer inzicht in hun behoeften.”



Uit die gesprekken kwamen concrete acties naar voren. “Zo gaven studenten aan dat zij al vanaf de start van het academiejaar meer kansen willen om hun community te leren kennen en elkaar te ontmoeten. Met die signalen zijn onze instellingen intussen aan de slag gegaan. De gesprekken tonen hoe belangrijk het is om blijvend werk te maken van een inclusieve omgeving. Iedereen moet zichzelf kunnen zijn, op én naast de campus.”



